ADN, Nieuws

Richtlijnen voor gasdetectie aan boord van tankschepen

1. Doel en toepassingsgebied

Deze richtlijn heeft tot doel uniforme en juridisch conforme eisen vast te leggen voor het uitvoeren van gasdetectie aan boord van tankschepen.
De richtlijn is van toepassing bij alle werkzaamheden waarbij gevaarlijke dampen, zuurstofgebrek of explosiegevaar kan optreden, waaronder:

  • inertiseren van tanks (stikstof);
  • laden en lossen van brandbare en/of toxische stoffen;
  • betreden van besloten ruimten;
  • onderhoudswerkzaamheden en storingsafhandeling.

Deze verplichtingen vloeien voort uit het ADN, de ISGINTT, de Arbowetgeving en internationale veiligheidsnormen voor de binnenvaart.
Aanvullende achtergrondinformatie is beschikbaar via Binnenvaart Kennis.

2. Verplichte meetmiddelen

Aan boord van tankschepen moeten, afhankelijk van het type werkzaamheden, ten minste de volgende meetinstrumenten aanwezig en operationeel zijn:

  • persoonlijke zuurstofmeters voor alle betrokken bemanningsleden;
  • draagbare multigasdetectoren voor zuurstof (O₂), brandbare dampen (LEL/LFL) en toxische gassen (waaronder H₂S en, afhankelijk van de vervoerde stoffen, CO en VOC/benzeen);
  • testgas en bump-testvoorzieningen;
  • monsternamepompen met slang voor gesloten bemonstering;
  • explosieveilige uitvoering (ATEX-gecertificeerd).

Het schip moet aantoonbaar beschikken over voldoende meetmiddelen om gelijktijdige werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren.
Voor informatie over meetmiddelen en gebruiksrichtlijnen: Binnenvaart Kennis – Gasdetectie.

3. Alarm- en vrijgavecriteria

Gasmetingen dienen te worden uitgevoerd vóór en tijdens werkzaamheden in of nabij gevaarlijke zones. De volgende grenswaarden gelden als minimale veiligheidscriteria, tenzij de terminal of wetgeving strengere waarden voorschrijft:

  • Zuurstof (O₂): 20,9–21,0 vol.% voor betreding.
  • Brandbaar gas: < 1% LFL bij vrijgave voor betreding.
  • Toxische componenten (bijv. H₂S): onder de nationale grenswaarde (OEL/TLV).
  • Persoonlijke alarmwaarden:
    • O₂-vooralarm: 19,5 vol.%
    • O₂-hoofdalarm: ≤ 18,0 vol.%
    • H₂S-alarm: 5 ppm (laag), 10 ppm (hoog)
    • LEL-alarm: 10% LFL (typisch ingesteld).

Voor actuele grenswaarden voor gevaarlijke stoffen: RIVM – Grenswaarden.

Bij overschrijding van alarmwaarden moeten de werkzaamheden onmiddellijk worden stilgelegd en dient de gevarenzone te worden verlaten.

4. Meetmethode en uitvoering

  1. Voorafgaand aan betreding of aanvang van werkzaamheden wordt een gasmeting uitgevoerd op meerdere niveaus (boven, midden, bodem).
  2. Bij inertiseren wordt uitsluitend gemeten via aangewezen meetpunten of via veilige ontluchtingspunten.
  3. Tijdens laden en lossen worden periodiek metingen uitgevoerd bij manifolds, pompkamers, luchtinlaten en nabij de accommodatie.
  4. Alle bemanningsleden in of nabij risicogebied dragen een persoonlijke zuurstofmeter.
  5. Gasmetingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door bevoegd en opgeleid personeel.

Het is verboden om metingen uit te voeren boven open mangaten tijdens inertiseren of andere handelingen waarbij stikstof of dampen kunnen ontsnappen.

5. Testen, kalibreren en onderhoud

  • Voor aanvang van werkzaamheden moet op elke detector een bump-test worden uitgevoerd.
  • Kalibraties worden uitgevoerd conform de instructies van de fabrikant, ten minste volgens het door de rederij vastgestelde onderhoudsplan.
  • Het testgas moet gecertificeerd zijn en worden gebruikt volgens de voorschriften.
  • Alle test- en kalibratieactiviteiten worden vastgelegd in het veiligheidslogboek met datum, toestelnummer en handtekening van de verantwoordelijke.

Detectoren die een test of kalibratie niet doorstaan, worden onmiddellijk uit gebruik genomen.
Meer over onderhoudsrichtlijnen is te vinden op Binnenvaart Kennis – Veiligheidsmiddelen.

6. Inert gas (stikstof) – bijzondere bepalingen

Bij inertiseren van tanks geldt aanvullend:

  • Het zuurstofgehalte in het inert gas mag niet hoger zijn dan 5 vol.% O₂ in de inert gas main.
  • Tanks dienen onder lichte overdruk te blijven om luchtinlek te voorkomen.
  • Er moet voortdurend zuurstofbewaking plaatsvinden rondom aansluitingen, ontluchtingen en werkzones.
  • Ventileren of openen van geïnertiseerde tanks mag uitsluitend op basis van een formele gasvrijverklaring of instructie van de bevoegde persoon.

Zie ook: Binnenvaart Kennis – Inertiseren.

7. Noodprocedure bij alarm

Bij elk alarm of afwijking gelden de volgende stappen:

  1. Werkzaamheden onmiddellijk staken.
  2. De gevarenzone onmiddellijk verlaten.
  3. Direct melding doen aan gezagvoerder of veiligheidsverantwoordelijke.
  4. Brononderzoek uitvoeren uitsluitend door bevoegd personeel met juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (inclusief ademlucht).
  5. De zone ventileren en herbeoordelen voordat werkzaamheden hervat mogen worden.
  6. De gebeurtenis volledig registreren in het veiligheidslogboek.

8. Documentatie en opleiding

  • Gasdetectieprocedures moeten onderdeel zijn van het veiligheidsmanagementsysteem (VMS) of veiligheidsplan van het schip.
  • Bemanningsleden moeten aantoonbaar zijn geïnstrueerd en getraind in het gebruik van gasdetectieapparatuur.
  • Alle meetresultaten, bump-testen, kalibraties en incidenten moeten traceerbaar worden geregistreerd en bewaard aan boord.
  • Toezichthoudende instanties kunnen inzage eisen in deze registraties.

9. Juridische grondslag

Deze richtlijnen zijn gebaseerd op onder meer:

  • ADN – Europees verdrag voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren
  • ISGINTT – Internationale veiligheidsrichtlijnen voor binnenvaart en terminals (PDF)
  • Arbowetgeving – wetten.overheid.nl
  • ISGOTT en OCIMF-standaarden voor gasmetingen en inert gas
  • RIVM/SER – Grenswaarden (OEL/TLV)
  • Technische veiligheidsrichtlijnen via Binnenvaart Kennis.

Deze richtlijn geldt als bindende veiligheidsinstructie aan boord van tankschepen en maakt deel uit van de operationele veiligheidsprocedures.

10. Slotbepaling

Gasdetectie aan boord van tankschepen is geen optionele handeling maar een wettelijk verplichte veiligheidsmaatregel.
Elke betrokken bemanningslid moet de procedures strikt naleven.
Het niet opvolgen van deze richtlijn kan leiden tot:

  • directe levensbedreigende situaties,
  • aansprakelijkheid bij incidenten,
  • disciplinaire maatregelen of handhaving door bevoegde instanties.

Bron: Binnenvaart Kennis – “Samen Weten We Meer.”
Laatste update: 19 oktober 2025.


Disclaimer

Deze richtlijn is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld op basis van actuele regelgeving, vakrichtlijnen en operationele praktijk binnen de binnenvaartsector.
Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Binnenvaart Kennis aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade, letsel of andere gevolgen die direct of indirect voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, het niet naleven van wettelijke voorschriften of het onjuist interpreteren van de inhoud.

Het is te allen tijde de verantwoordelijkheid van de gebruiker en/of werkgever om te handelen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, terminalvoorschriften en veiligheidsprocedures aan boord.