Nieuws

Samen varen met de beroepsvaart

Als schipper vaar je door vlotte en veilige wateren. Dat geldt zowel voor professionals als voor recreanten. Beroeps- en pleziervaart gaan goed samen. Tenminste, als iedereen in een goede verstandhouding gebruikmaakt van de waterwegen.

Respecteer altijd de vaarregels en volg de aanwijzingen van de binnenvaartbegeleiders. De scheepvaartreglementen en andere relevante informatie kan je op onze website en app terugvinden. 

In Nederland zijn er ongeveer 400.000 recreatievaartuigen in gebruik. Een groot deel daarvan maakt gebruik van de rijksvaarwegen, zoals grote rivieren, kanalen en andere wateren. Veiligheid van de recreatievaart is daarom een belangrijk aandachtspunt voor Rijkswaterstaat.

VAREN IS MIJN BEROEP

Voor de beroepsvaart geldt het motto ‘Time is money’. Dure vrachtschepen moeten zoveel mogelijk varen met zo weinig mogelijk vertraging onderweg. Als beroepsschipper ken je je vak. Zelfs de grootste schepen en duwvaartcombinaties vaar je feilloos in en uit de sluis. Kanalen en bevaarbare waterlopen hebben voor jou nauwelijks geheimen. Je kent alle moeilijke passages en mogelijke valkuilen. Bovendien weet je perfect hoe je moet omgaan met andere schepen.

VAREN IS MIJN HOBBY

Varen is een passionele hobby. Als pleziervaarder heb je de vrijheid om met je schip onbekende horizonnen te verkennen in grote delen van Europa. Je kunt de tijd nemen om te genieten van water en natuur. Natuurlijk heb je als pleziervaarder niet dezelfde professionele vaardigheden als een beroepsvaarder. Bovendien kom je, net omdat je op verkenning gaat, op veel plaatsen voor de eerste keer.

SAMEN VAREN IS MOGELIJK!

Kleine jachten en grote vrachtschepen, samen op het kanaal én samen in één sluis… het is een uitdaging! Met een goede verstandhouding, wederzijds begrip en respect kan je harmonieus samen varen.

9 TIPS VOOR DE PLEZIERVAART

De Vlaamse Waterweg foto dode hoek
Afbeelding: ViruRis
  1. Blijf uit de dode hoek. In de dode hoek kan de schipper van een vrachtschip je niet zien. Een eenvoudige regel is: als je de stuurhut van het vrachtschip kunt zien, kan de schipper jou ook zien.
  2. Geluidsignalen van andere vaartuigen moet je horen.
  3. Zorg dat je langs alle kanten een goed zicht hebt en dat je zelf goed zichtbaar bent. 
  4. Laat duidelijk je intentie zien bij je vaarbeweging. 
  5. Geef vrachtschepen de ruimte. Blijf uit de onmiddellijke buurt van de beroepsvaart, zeker tijdens manoeuvers. Onderschat de snelheid van vrachtschepen niet. Hou rekening met de grote afstand die een vrachtschip nodig heeft om te stoppen.
  6. Het kruisen van een vaargeul doe je zo snel mogelijk en met voldoende ruimte. Houd je koers aan en volg zo mogelijk altijd de stuurboordwal.
  7. Gebruik je marifoon.
    Deze is verplicht voor motorboten vanaf 7 meterLuister uit op kanaal 10 (tenzij anders aangegeven op oever of kaart) voor makkelijk contact met de binnenvaart en vaarcollega’s, en de bedienaars van de sluizen en beweegbare bruggen.
  8. Kajakken/kanoën doe je best overdag. Draag bij schemering of slechte zichtbaarheid opvallende kledij zodat je goed zichtbaar bent.
  9. Let op de vrachtschepen bij het schutten in een sluis. Als vrachtschepen en pleziervaartuigen samen worden geschut, zorgt een optimale indeling van de sluiskolk ervoor dat dit veilig en vlot verloopt. Volg steeds de instructies van het bedieningspersoneel. Houd in de sluis enige afstand van een groot schip.

Je denkt erover om een boot te kopen of hebt er net een gekocht

Na het zorgvuldig uitzoeken van een boot, het laten keuren van het casco en het regelen van je verzekering kun je dan eindelijk het water op, heerlijk! Maar varen moet je leren, het vergt vaardigheden en ervaring. Je moet bijvoorbeeld weten hoe je aan moet leggen en om kunnen gaan met wind, golven, stroom en mede vaarweggebruikers want het is vaak druk op het water. Ook het in de hand houden van je schip in haven, sluizen en bruggen en kennis van de vaaregels is noodzakelijk. Leren varen is enorm gevarieerd en erg leuk! 

Veel mensen zijn minder alert als ze op en aan het water zijn omdat ze zich in mooie en relatieve rust van de natuur bevinden. Daarom vereist het meer discipline dan deelnemen in het verkeer. Op de website van Varen doe je samen staan 10 tips voor een veilige vaart welke wij hier graag met je delen.

  1. Zorg dat de boot (technisch) in orde is voor je gaat varen. Zorg voor volle, schone tanks, volle accu’s, controleer het koelwater en het motoroliepeil. Meer informatie in het Kenniscentrum: Vaaruitrusting
  2. Ga goed voorbereid op reis. Check de weersverwachting. Weet waar je gaat varen, neem actuele waterkaarten en de almanak mee. Check eventuele stremmingen. Meer informatie in het Kenniscentrum: Reisvoorbereiding en op www.vaarweginformatie.nl.
  3. Ken de vaarregels en handel daarnaar. Kijk goed om je heen en houdt uitkijk. Zorg dat je zelf ook gezien wordt. Draag een reddingsvest aan dek.
  4. Vaar een duidelijke koers: vaar zoveel mogelijk aan de rechterkant (stuurboordkant) van het vaarwater. Verander niet plotseling van koers. Laat andere schippers duidelijk zien wat je van plan bent.
  5. Blijf uit de dode hoek van vrachtschepen. Ze hebben voor de boeg een dode hoek, van soms wel 350 meter. Kies koers en snelheid zo, dat je uit die dode hoek blijft. Vuistregel: als je de schipper in zijn stuurhut kunt zien, kan hij jou ook zien.
  6. Geef beroepsvaartuigen de ruimte. Ze zijn groot en zwaar. Ze kunnen niet snel stoppen en hebben veel manoeuvreerruimte nodig. Houdt rekening met de golfslag en de zuiging die vrachtschepen veroorzaken. Lees hier meer over op https://varendevrienden.eoc.nl/zuiging-en-veilig-oplopen/
  7. Dring bij bruggen en sluizen niet voor, sluit aan bij de wachtende schepen. Blijf niet ronddobberen, maar gebruik de wachtsteiger. Passeer de geopende brug vlot en veilig. Zorg dat je in een sluis aan beide kanten kunt afmeren, dus hang aan weerszijden stootwillen op. Houdt ook rekening bij het verval in waterstand bij een sluis. Zorg ervoor dat je touwen dus snel kunt laten vieren als het water zakt.
  8. Geef tijdig een lange stoot met de scheepstoeter om anderen op gevaar te wijzen.
  9. Gebruik de marifoon (zend- en ontvangstinstallatie), dit is de beste manier om contact te maken met andere schippers en verkeersbegeleiders. Voor marifoongebruik moet je wel examen doen.
  10. Vaar alcoholvrij. Net als in het wegverkeer ligt de wettelijke grens voor de scheepvaart op 0,5 promille.

Vaarbewijs

Voor veel pleziervaartuigen heb je geen vaarbewijs nodig, maar met het examen Klein Vaarbewijs op zak heb je wel basiskennis van de regels en veiligheidsmaatregelen als je het water op gaat. Het is goed voor je eigen veiligheid als schipper en geeft je veel meer vertrouwen en vaarplezier.

Een vaarbewijs haal je door examen te doen bij CBR. Kijk op hun website voor meer informatie.

Je kunt ook kiezen voor een vaarcursus welke bij veel vaarscholen en watersportverenigingen wordt gegeven. Hier leer je een heleboel over varen. Kijk ook eens op deze website: CWO opleiding.

Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) is voor pleziervaarders het belangrijkste reglement en het geldt op de meeste binnenwateren. Wie vaart moet het BPR aan boord hebben. Het staat in de ANWB Wateralmanak 1.

Houdt rekening met elkaar

Tot slot nog een paar belangrijke weetjes. Houdt rekening met anderen: draai geen harde muziek, zorg dat anderen geen last hebben van je boeg- en hekgolf, ga netjes met de natuur om en gooi geen afval overboord. Heb kennis van de voorrangregels.

Ken de voorrangsregels

De belangrijkste voorrangsregels vind je in hoofdstuk 6 van het Binnenvaartpolitiereglement. We hebben ze in algemene zin voor je op een rij gezet.

De voorrangsregels op een rij
  • Een klein schip (tot 20 meter) verleent in de meeste gevallen voorrang aan een groot schip (langer dan 20 meter). Veerponten, passagiersschepen, sleep- en duwboten en vissersschepen die in bedrijf zijn, hebben de rechten van ‘groot’. Ook als ze korter zijn dan 20 meter (voor uitzonderingen zie het BPR).
  • Een schip dat het hoofdvaarwater op wil varen, moet voorrang verlenen aan een schip dat in de betonde vaargeul aan stuurboordzijde van het hoofdvaarwater vaart. Een uitzondering hierop: een schip dat uit een betond nevenvaarwater komt varen. In deze situatie moet een klein schip op het hoofdvaarwater medewerking verlenen aan een groot schip dat van het betond nevenvaarwater komt.
  • Een klein motorschip (tot 20 meter) moet voorrang verlenen aan een klein zeilend schip (tot 20 meter) of een roeiboot als hun koersen kruisen en geen van de schepen aan stuurboordwal vaart. Een groot motorschip of een groot zeilschip verleent in deze situatie voorrang aan het schip dat van stuurboord nadert.
  • Voor kleine motorschepen onderling geldt: als hun koersen kruisen en geen van de schepen aan stuurboordwal vaart, krijgt het schip dat van stuurboord nadert voorrang.
  • Een klein zeilschip met het zeil over bakboord heeft voorrang op een klein zeilschip met het zeil over stuurboord. Varen ze met het zeil over dezelfde boeg, dan moet het loefwaartse schip voorrang verlenen aan het lijwaartse schip.
  • Wie vanuit een haven of nevenvaarwater een hoofdvaarwater opvaart dan wel oversteekt, of vice versa, moet ervoor zorgen dat andere vaarweggebruikers niet genoodzaakt worden hun koers en snelheid plotseling en in sterke mate te veranderen. Het bord B.9 betekent dat schepen op het hoofdvaarwater altijd voorrang hebben. 

Uiteindelijk moet een schipper alles doen om schade te voorkomen en de veiligheid van anderen aan boord en op het water niet in gevaar te brengen, zelfs als hij daarvoor van de geldende regels moet afwijken. Dit vergt ‘goed zeemanschap’.

Goed Zeemanschap

Afbeelding: Varen doe je Samen

Je moet alles doen om gevaarlijke situaties te voorkomen. Ook als je voorrang hebt. Goed zeemanschap gaat over alle aspecten om veilig een schip te behandelen. Niet alle potentiële (gevaarlijke) situaties zijn in regelgeving te vatten. Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) regelt zulke situaties voor de Nederlandse binnenwateren met de term ‘goed zeemanschap’.

De schipper moet bij het ontbreken van relevante voorschriften goed zeemanschap gebruiken om te voorkomen dat levens in gevaar komen, schade wordt veroorzaakt of de scheepvaart in gevaar wordt gebracht. Dit staat in artikel 1.04 van het BPR. Ook kan het voorkomen dat er wel regels zijn maar dat die in een bepaalde omstandigheid niet kunnen worden toegepast. Het gaat hier vooral om een dreigende aanvaring. Dit is geregeld in artikel 1.05 van het BPR.

Artikel 1.04. Voorzorgsmaatregelen
De schipper moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement, alle voorzorgsmaatregelen nemen die volgens goede zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt zijn geboden, teneinde met name te voorkomen dat: 

  • a. het leven van personen in gevaar wordt gebracht; 
  • b. schade wordt veroorzaakt aan andere schepen of aan drijvende voorwerpen, dan wel aan oevers of aan werken en inrichtingen van welke aard ook die zich in de vaarweg of op de oevers daarvan bevinden; 
  • c. de veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht.

Artikel 1.05. Afwijking van het reglement 
De schipper moet in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart, voorzover dit door de bijzondere omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt is geboden, volgens goede zeemanschap afwijken van de bepalingen van dit reglement.

Veilig varen op de rijksvaarwegen

Met mooi weer is het druk op het water. Varen met een klein schip tussen de grote beroepsvaart kan voor spannende en onveilige situaties zorgen. Als u als recreatieschipper onze 5 tips voor veilig varen opvolgt, maakt u veilig en plezierig gebruik van de grotere wateren.

5 tips voor veilig varen op de rijksvaarwegen

Met mooi weer wordt het weer druk op het water. Varen met een klein schip tussen de grote beroepsvaart kan voor spannende en soms onveilige situaties zorgen. Als u als recreatieschipper de volgende 5 tips opvolgt, maakt u veilig en met plezier gebruik van de grotere rivieren, wateren en kanalen.

Tip 1: Houd stuurboordwal

Het is belangrijk om zoveel mogelijk rechts te varen. Zo kunnen schepen elkaar veilig passeren. Een groot schip kan niet direct vaart minderen of uitwijken. Pas daarom uw koers en snelheid aan. Maak indien aanwezig gebruik van de speciale recreatiegeulen. U herkent ze aan de rood-wit en groen-wit gestreepte markering aan de zijkant van de vaarweg. Veilig oversteken? Maak gebruik van de knooppuntenboekjes van Varen doe je Samen.

Tip 2: Vermijd de dode hoek

Vaar niet te dicht voor (grote) schepen uit en kijk regelmatig opzij en achterom. De dode hoek van een binnenvaartschip kan soms wel 350 m lang zijn! Vuistregel: als u de stuurhut van het schip niet kunt zien, kan de schipper u ook niet zien.

Tip 3: zorg voor zicht rondom

Zorg dat u rondom zicht hebt. Vermijd obstakels zoals zeilen en masten, houd ramen van de stuurhut vrij en zorg ook dat mede-opvarenden het zicht niet blokkeren.

Tip 4: Ken de vaarregels

Ook op het water gelden regels. Zorg dat u die kent voordat u het water op gaat. Zorg ook dat u weet wat boeien, borden en tekens betekenen. Onze mobiel verkeerleiders geven voorlichting en waarschuwingen, maar handhaven ook als dat nodig is. Op de website Varen doe je Samen leest u meer over de regels die op het water gelden.

Tip 5: Ga voorbereid het water op

Ga goed voorbereid de vaarweg op: hoe is het weer? Zijn er geplande of ongeplande stremmingen? Op welke tijden worden de sluizen en bruggen bediend?

Bronnen: Varen Doe je Samen, VisuRis, Rijkswaterstaat, Varende vrienden van EOC