Nieuws, Veiligheid

Redden van drenkelingen en reanimatie

Redden van drenkelingen en reanimatie

Wat doe je aan boord als iemand te water raakt, onderkoeld raakt of niet meer normaal ademt?

Inhoud

Waarom dit belangrijk is De eerste minuten Man overboord Het schip veilig manoeuvreren Een drenkeling uit het water halen Onderkoeling Bewustzijn en ademhaling controleren Reanimatie bij verdrinking Gebruik van een AED Veelgemaakte fouten Oefenen aan boord Samenvatting

Waarom dit belangrijk is

Een persoon te water is één van de ernstigste noodsituaties aan boord. Het gebeurt vaak onverwacht: bij het vastmaken, bij dekwerk, tijdens overstappen, bij gladheid, in het donker of bij haast.

In de binnenvaart zijn de omstandigheden vaak lastig. Een schip ligt niet zomaar stil, stroming neemt iemand snel mee, water is vaak koud en de drenkeling kan door paniek of onderkoeling niet goed meer reageren.

Daarom moet iedereen aan boord weten wat de eerste stappen zijn. Niet alleen de schipper, maar ook matrozen, lichtmatrozen, stagiairs en aflossers.

Terug naar boven

De eerste minuten

Bij een drenkeling tellen de eerste minuten zwaar. Iemand kan schrikken, water binnenkrijgen, in paniek raken of snel afkoelen. Koud water kan direct invloed hebben op ademhaling, spierkracht en denkvermogen.

De belangrijkste volgorde is eenvoudig:

  1. Blijf zelf veilig.
  2. Roep direct hulp.
  3. Houd de drenkeling voortdurend in zicht.
  4. Gooi direct drijfmiddelen toe.
  5. Manoeuvreer het schip veilig.
  6. Haal de drenkeling zo voorzichtig mogelijk uit het water.
  7. Controleer bewustzijn en ademhaling.
  8. Start reanimatie als de drenkeling niet normaal ademt.

Onthouden: één persoon moet voortdurend naar de drenkeling blijven wijzen. Niet even wegkijken, niet meehelpen met andere taken. Alleen kijken en aanwijzen.

Terug naar boven

Man overboord

Zodra iemand te water raakt, moet er direct hard en duidelijk worden geroepen:

“Man overboord!”

Daarna moet iedereen weten wat zijn taak is. Bij kleine bemanningen moet dit vooraf besproken zijn, want op het moment zelf is er geen tijd voor overleg.

Directe acties

  • Roep de schipper of stuurman.
  • Gooi een reddingsboei, reddingslijn of ander drijfmiddel toe.
  • Markeer de positie van de drenkeling.
  • Wijs één persoon aan die blijft kijken.
  • Alarmeer via marifoon of telefoon.
  • Bereid ladder, touw, pikhaak, werplijn of reddingsmiddel voor.

Ga niet zomaar zelf te water. Dan ontstaat er vaak een tweede slachtoffer. Alleen bij uiterste nood en met voldoende beveiliging mag iemand het water in.

Terug naar boven

Het schip veilig manoeuvreren

Een binnenvaartschip heeft massa, diepgang en schroefwerking. Een drenkeling mag nooit in de buurt van de schroef, boegschroef of zuiging komen.

De schipper moet rekening houden met:

  • stroming;
  • wind;
  • andere scheepvaart;
  • wal, kribben, dukdalven en steigers;
  • schroefwerking;
  • de positie waar iemand te water is geraakt.

Het doel is niet om zo snel mogelijk met het schip bovenop de drenkeling te komen. Het doel is om de drenkeling veilig te bereiken zonder extra gevaar te veroorzaken.

Bij druk vaarwater moet ook de omgeving worden gewaarschuwd. Gebruik de marifoon, roep de verkeerspost op of laat iemand 112 bellen.

Terug naar boven

Een drenkeling uit het water halen

Een drenkeling uit het water halen is vaak zwaarder dan gedacht. Natte kleding, paniek, stroming en hoogteverschil maken het moeilijk.

Gebruik wat veilig beschikbaar is:

  • reddingsboei met lijn;
  • werplijn;
  • reddingsladder;
  • gangway of trap;
  • pikhaak om een lijn te begeleiden, niet om iemand ruw mee te trekken;
  • touw of strop onder de armen;
  • bij grotere schepen een geschikte hijsvoorziening als die veilig kan worden gebruikt.

Probeer de drenkeling zo horizontaal en rustig mogelijk uit het water te halen, vooral bij koude omstandigheden. Ruw bewegen kan bij ernstige onderkoeling gevaarlijk zijn.

Terug naar boven

Onderkoeling

Een drenkeling kan ook in relatief mild weer snel onderkoeld raken. Water voert warmte veel sneller af dan lucht. Vooral bij koud water, wind, natte kleding en vermoeidheid kan de toestand snel verslechteren.

Signalen van onderkoeling

  • rillen;
  • bleke of koude huid;
  • blauwe lippen of vingers;
  • sufheid of verwardheid;
  • trage of oppervlakkige ademhaling;
  • verminderde spierkracht;
  • niet meer goed kunnen praten of reageren.

Breng de drenkeling uit de wind, verwijder natte kleding als dat veilig kan en dek hem of haar toe met droge dekens of isolatiemateriaal. Geef bij ernstige onderkoeling geen alcohol en laat het slachtoffer niet onnodig bewegen.

Belangrijk: wordt iemand suf, verward of reageert iemand niet goed, bel direct 112.

Terug naar boven

Bewustzijn en ademhaling controleren

Wanneer de drenkeling uit het water is, controleer je direct bewustzijn en ademhaling.

Stap 1: bewustzijn

Spreek de persoon luid aan en schud voorzichtig aan de schouders als dat veilig kan.

Stap 2: ademhaling

Open de luchtweg voorzichtig en controleer maximaal 10 seconden of iemand normaal ademt. Kijk naar borstbeweging, luister bij de mond en voel of er luchtstroom is.

Wat betekent niet normaal ademen?

Gaspende, onregelmatige of snakkende ademhaling is geen normale ademhaling. Twijfel je? Handel alsof er geen normale ademhaling is.

Onthouden: bij een drenkeling kan zuurstoftekort een grote rol spelen. Snel handelen is belangrijk.

Terug naar boven

Reanimatie bij verdrinking

Ademt de drenkeling niet normaal? Laat direct 112 bellen en start reanimatie.

Als je met meerdere personen bent

  1. Laat iemand direct 112 bellen.
  2. Laat iemand een AED halen als die beschikbaar is.
  3. Geef eerst 5 beademingen.
  4. Start daarna met 30 borstcompressies en 2 beademingen.
  5. Ga door tot professionele hulp het overneemt, de AED anders aangeeft of het slachtoffer normaal ademt.

Als je alleen bent

  1. Geef eerst 5 beademingen.
  2. Reanimeer ongeveer 1 minuut met 30 borstcompressies en 2 beademingen.
  3. Bel daarna 112 als dat nog niet is gebeurd.
  4. Ga daarna verder met reanimeren.

Borstcompressies geef je midden op de borst. Druk stevig en regelmatig. Laat de borstkas na iedere compressie weer volledig omhoogkomen.

Belangrijk: ben je niet getraind in beademen of lukt beademen niet, start dan in elk geval met borstcompressies en volg de instructies van de meldkamer.

Terug naar boven

Gebruik van een AED

Een AED kan levensreddend zijn bij een hartstilstand. Zet de AED zo snel mogelijk aan en volg de gesproken instructies.

Let aan boord op de omgeving:

  • leg het slachtoffer zo droog mogelijk;
  • droog de borstkas af voordat de elektroden worden geplakt;
  • zorg dat niemand het slachtoffer aanraakt tijdens analyse en schok;
  • verplaats het slachtoffer niet onnodig;
  • ga direct verder met reanimatie als de AED dat aangeeft.

Een AED vervangt reanimatie niet. Het apparaat ondersteunt de reanimatie en bepaalt of een schok nodig is.

Terug naar boven

Veelgemaakte fouten

Bij een man overboord situatie ontstaan fouten meestal door paniek, onduidelijke taakverdeling of gebrek aan oefening.

  • Iedereen kijkt even weg, waardoor de drenkeling uit zicht raakt.
  • Niemand alarmeert hulpdiensten of verkeerspost.
  • Er wordt geen reddingsboei of lijn gegooid.
  • Iemand springt zelf te water zonder beveiliging.
  • De schroef blijft draaien terwijl de drenkeling te dichtbij is.
  • Onderkoeling wordt onderschat.
  • Er wordt te lang getwijfeld met reanimeren.
  • De AED wordt te laat gehaald of niet gebruikt.

De oplossing is eenvoudig: bespreek vooraf wie wat doet en oefen het regelmatig.

Terug naar boven

Oefenen aan boord

Een noodsituatie kun je niet voorspellen, maar je kunt er wel op voorbereid zijn. Bespreek daarom aan boord regelmatig wat er gebeurt bij man overboord.

Praktische oefenvragen

  • Waar hangt de reddingsboei?
  • Zit er een lijn of licht aan de reddingsboei?
  • Wie houdt de drenkeling in zicht?
  • Wie roept de verkeerspost of 112 op?
  • Waar ligt de AED?
  • Hoe halen we iemand veilig uit het water?
  • Wat doen we als we met minimale bemanning varen?
  • Wie kan reanimeren?

Maak deze vragen onderdeel van de veiligheidsinstructie aan boord. Nieuwe bemanningsleden moeten dit weten voordat zij zelfstandig dekwerk doen.

Terug naar boven

Samenvatting

Bij een drenkeling gaat het om drie dingen: eigen veiligheid, snel handelen en blijven doorgaan.

  • Roep direct: man overboord.
  • Gooi een reddingsboei of lijn.
  • Laat één persoon voortdurend wijzen naar de drenkeling.
  • Alarmeer hulpdiensten, verkeerspost of 112.
  • Haal de drenkeling veilig uit het water.
  • Controleer bewustzijn en ademhaling.
  • Bij geen normale ademhaling: start reanimatie.
  • Bij verdrinking: begin met 5 beademingen en daarna 30 compressies en 2 beademingen.
  • Gebruik een AED zodra die beschikbaar is.
  • Let altijd op onderkoeling.

Twijfel je of iemand gereanimeerd moet worden? Begin dan. Niets doen is gevaarlijker dan starten.

Binnenvaart Kennis – Samen Weten We Meer!

Terug naar boven