Bijboten volgens ES-TRIN 2025/1
Welke eisen gelden voor de bijboot aan boord van een binnenschip en waar moet je in de praktijk op letten?
Meer dan alleen een boot aan boord
De bijboot is een bekend onderdeel van de veiligheidsuitrusting van veel binnenvaartschepen. Toch is alleen het aanwezig zijn van een boot niet voldoende.
ES-TRIN 2025/1 bepaalt voor verschillende categorieën vaartuigen dat een bijboot aanwezig moet zijn die voldoet aan EN 1914:2016. In Nederland wordt deze Europese norm gepubliceerd als NEN-EN 1914:2016.
Daarmee krijgen we te maken met twee documenten die bij elkaar horen. ES-TRIN bepaalt wanneer een bijboot verplicht is en stelt daarnaast enkele praktische eisen. NEN-EN 1914:2016 bevat de technische eisen waaraan de boot zelf moet voldoen.
Daarbij gaat het onder andere om afmetingen, vrijboord, stabiliteit, drijfvermogen, toegestane belasting, uitrusting, gebruiksmogelijkheden, beproeving en markering.
Een klein maar belangrijk onderdeel daarvan is de retroreflecterende markering. Juist dit wordt in de praktijk gemakkelijk over het hoofd gezien.
Inhoud
Wanneer is een bijboot verplicht? ES-TRIN en NEN-EN 1914: hoe zit dat? Wat regelt NEN-EN 1914:2016? Aan welke eisen moet de bijboot voldoen? Binnen vijf minuten te water Gecertificeerd betekent niet: niets meer controleren Reflecterende markering op de bijboot Reflectie aan de onderzijde? Waarom retroreflecterend materiaal? Welk reflecterend materiaal gebruik je? SolasFlex Retro Reflective Tape Type II Praktische controle aan boord Bronnen en verdere informatie SamenvattingWanneer is een bijboot verplicht?
Artikel 13.07 van ES-TRIN 2025/1 bepaalt welke vaartuigen met een bijboot overeenkomstig EN 1914:2016 moeten zijn uitgerust.
Het gaat om:
- motorvrachtschepen en motortankschepen met een laadvermogen van meer dan 150 ton;
- sleepschepen met een laadvermogen van meer dan 150 ton;
- sleepboten en duwboten met een waterverplaatsing van meer dan 150 m³;
- drijvende werktuigen;
- passagiersschepen.
Daarmee schrijft ES-TRIN niet alleen voor dát een bijboot aanwezig moet zijn. Er wordt rechtstreeks een technische norm aan de boot gekoppeld: EN 1914:2016.
Belangrijk: een willekeurige roeiboot aan dek is niet automatisch een bijboot die aan de eisen van ES-TRIN voldoet. De boot moet voldoen aan de daarvoor geldende eisen.
ES-TRIN en NEN-EN 1914: hoe zit dat?
Wie alleen artikel 13.07 van ES-TRIN leest, vindt daar niet alle technische eisen aan een bijboot terug.
Dat komt doordat ES-TRIN hiervoor verwijst naar de Europese norm EN 1914:2016.
In Nederland kom je dezelfde norm tegen onder de naam:
NEN-EN 1914:2016 – Schepen voor de binnenvaart – Werkboten, bijboten en reddingsboten.
De verschillende afkortingen kunnen verwarrend zijn, maar het principe is eenvoudig:
- EN geeft aan dat het om een Europese norm gaat;
- NEN is de Nederlandse normalisatieorganisatie;
- NEN-EN 1914:2016 is de Nederlandse publicatie van de Europese norm EN 1914:2016.
Het gaat dus niet om een extra Nederlandse set eisen boven op ES-TRIN. Het is de Nederlandse publicatie van de Europese norm waarnaar ES-TRIN zelf verwijst.
Kort gezegd:
ES-TRIN 2025/1 bepaalt wanneer een bijboot verplicht is.
EN 1914:2016 bepaalt in belangrijke mate waaraan die bijboot technisch moet voldoen.
In Nederland wordt deze norm gepubliceerd als NEN-EN 1914:2016.
Dit verklaart waarom bepaalde concrete technische eisen niet rechtstreeks in artikel 13.07 staan. Voor het volledige technische plaatje moet ook EN 1914:2016 worden geraadpleegd.
Bekijk NEN-EN 1914:2016 bij NEN
Terug naar bovenWat regelt NEN-EN 1914:2016?
NEN-EN 1914:2016 behandelt werkboten, bijboten en reddingsboten voor de binnenvaart. De norm beschrijft technische veiligheidseisen en de daarbij behorende beproevingen.
Onder andere de volgende onderwerpen komen aan bod:
- afmetingen van de boot;
- vrijboord;
- inhoud en belasting;
- reservedrijfvermogen;
- stabiliteit;
- het toegestane aantal personen;
- afvoer van water;
- drijflichamen;
- antislipoppervlakken;
- boordrand;
- roeieigenschappen;
- eisen voor gemotoriseerde boten;
- toegestaan motorvermogen;
- sleep- en meerinrichtingen;
- aanvullende eisen voor opblaasbare boten;
- materialen;
- uitrusting;
- beproeving;
- markering en identificatie.
De bijboot moet daarom als compleet veiligheidsmiddel worden bekeken. Het gaat niet alleen om een stevige romp of het aanwezig zijn van een certificaat.
Terug naar bovenAan welke eisen moet de bijboot voldoen?
NEN-EN 1914 kijkt naar de boot als geheel. De boot moet voldoende sterk en stabiel zijn, voldoende vrijboord en drijfvermogen hebben en geschikt zijn voor het aantal personen en de belasting waarvoor hij is ontworpen.
Ook het praktische gebruik speelt een rol. Een boot die bedoeld is om geroeid te worden, moet daarvoor geschikt zijn. Wanneer een motor wordt toegepast, gelden aanvullende eisen en moet rekening worden gehouden met de voor de betreffende boot toegestane motorisering.
Verder behandelt de norm onder andere antislipoppervlakken, waterafvoer, drijflichamen, sleep- en meerpunten, materialen en de uitrusting van de boot.
De toegestane waarden horen bij de betreffende boot. Een zwaardere motor plaatsen, de boot aanpassen of meer personen meenemen dan waarvoor deze is ontworpen, kan gevolgen hebben voor stabiliteit, vrijboord en veiligheid.
Praktijk: kijk daarom altijd naar de gegevens en markeringen van de betreffende bijboot en niet alleen naar wat technisch in de boot lijkt te passen.
Binnen vijf minuten te water
Naast de technische eisen aan de boot stelt ES-TRIN zelf een belangrijke praktische eis aan de opstelling van de bijboot aan boord.
De bijboot moet door één persoon binnen vijf minuten veilig te water kunnen worden gelaten. De tijd wordt gerekend vanaf de eerste handeling die daarvoor noodzakelijk is.
Dat betekent dat ook de plaats waar de boot staat, de manier waarop hij is vastgezet en de gebruikte tewaterlaatinrichting belangrijk zijn.
Wanneer een door een motor aangedreven inrichting wordt gebruikt, moet deze zo zijn uitgevoerd dat het uitvallen van de energietoevoer het snel en veilig te water laten niet verhindert.
Voor opblaasbare bijboten bepaalt ES-TRIN bovendien dat deze overeenkomstig de instructies van de fabrikant moeten worden getest.
Vijf minuten betekent vijf minuten in de praktijk. Een bijboot die technisch in orde is maar door de opstelling niet snel te water kan worden gelaten, mist een essentieel onderdeel van de eis.
Gecertificeerd betekent niet: niets meer controleren
Een nieuwe bijboot kan als gecertificeerde boot door de fabrikant worden geleverd. Daarmee is aangetoond dat het betreffende type boot volgens de daarvoor geldende technische eisen is beoordeeld.
In de praktijk worden gecertificeerde bijboten ook geleverd zonder dat de retroreflecterende stroken al op de romp zijn aangebracht.
Dat is een belangrijk aandachtspunt. Het certificaat van de boot en de uiteindelijke uitvoering waarin de boot aan boord wordt gebruikt, zijn niet automatisch hetzelfde.
Bij ingebruikname moet daarom worden gecontroleerd of de boot compleet is uitgevoerd en of de voor het gebruik aan boord noodzakelijke uitrusting en markeringen daadwerkelijk aanwezig zijn.
Juist de reflecterende markering is gemakkelijk over het hoofd te zien. Een nieuwe boot kan er volledig afgewerkt uitzien, terwijl de retroreflecterende stroken nog moeten worden aangebracht.
Controleer dus niet alleen het certificaat, maar ook de boot zelf.
Terug naar bovenReflecterende markering op de bijboot
Een van de eisen uit NEN-EN 1914:2016 betreft de zichtbaarheid van de boot.
De bijboot moet aan beide zijden voorzien zijn van een retroreflecterende strook.
Voor deze stroken wordt een minimale afmeting genoemd van 1 meter lang en 0,10 meter breed per zijde.
Die afmeting moet uiteraard worden meegenomen wanneer de markering wordt aangebracht. De belangrijkste veiligheidsfunctie is echter de zichtbaarheid van de boot.
Een kleine bijboot is in het donker op het water bijzonder moeilijk waar te nemen. De retroreflecterende markering zorgt ervoor dat de boot veel beter herkenbaar wordt zodra er met een zoeklicht, schijnwerper of andere lichtbron op wordt geschenen.
De reflecterende strook is dus geen decoratieve sticker. Het is onderdeel van de veiligheidsuitvoering van de bijboot.
Terug naar bovenMoet er ook reflectie aan de onderzijde?
Soms wordt genoemd dat ook aan de onderzijde van een bijboot retroreflecterend materiaal moet worden aangebracht.
De gedachte daarachter is logisch. Wanneer een bijboot omslaat en met de bodem naar boven in het water ligt, zijn de reflecterende stroken aan de zijkanten mogelijk minder goed zichtbaar. Reflecterend materiaal op de onderzijde kan er dan voor zorgen dat de omgeslagen boot bij het aanstralen met een zoeklicht beter wordt gezien.
Is dit verplicht?
Voor een bijboot volgens ES-TRIN 2025/1 en EN 1914:2016 hebben wij geen afzonderlijke bepaling kunnen vinden die voorschrijft dat ook de onderzijde van de boot van retroreflecterend materiaal moet zijn voorzien.
De norm schrijft wel de retroreflecterende markering aan beide zijden van de boot voor.
Reflecterend materiaal aan de onderzijde kan vanuit praktisch veiligheidsoogpunt een nuttige aanvulling zijn. We presenteren dit echter nadrukkelijk niet als een verplichting uit ES-TRIN of NEN-EN 1914:2016 zolang daarvoor geen concrete bepaling kan worden aangewezen.
Mocht voor een specifieke bijboot, toepassing of certificering een aanvullende eis gelden, dan zijn de documentatie van de fabrikant en de beoordeling door de bevoegde keuringsinstantie bepalend.
Terug naar bovenWaarom retroreflecterend materiaal?
Een donkere of grijze bijboot kan ‘s nachts vrijwel volledig wegvallen tegen het water en de omgeving.
Retroreflecterend materiaal werkt anders dan gewone witte of glanzende folie. Het materiaal is ontworpen om aangestraald licht zoveel mogelijk terug te sturen in de richting waar het vandaan komt.
Wanneer vanaf een schip, vanaf de wal of vanuit de lucht met een zoeklicht wordt gezocht, kan de reflecterende markering daardoor sterk oplichten.
Dat maakt de boot aanzienlijk gemakkelijker herkenbaar.
Goed om te weten: retroreflecterend materiaal geeft zelf geen licht. Het wordt zichtbaar wanneer het wordt aangestraald door bijvoorbeeld een zoeklicht, schijnwerper of zaklamp.
Welk reflecterend materiaal gebruik je?
Er zijn veel soorten reflecterende folie, stickers en tape verkrijgbaar. Niet ieder reflecterend product is echter ontwikkeld voor permanent gebruik op een bijboot.
Het materiaal krijgt daar te maken met water, regen, zonlicht, vuil, temperatuurswisselingen en langdurige buitenblootstelling.
Voor een veiligheidsmiddel als een bijboot ligt het daarom voor de hand om hoogwaardig retroreflecterend materiaal te gebruiken dat specifiek voor maritieme toepassingen is ontwikkeld.
Daarbij is vooral van belang dat het materiaal zijn reflecterende eigenschappen onder zware omstandigheden behoudt en ook in natte toestand goed zichtbaar blijft.
Dat is iets anders dan zomaar een rol reflecterende tape gebruiken die oorspronkelijk is bedoeld voor bijvoorbeeld voertuigen, magazijnmarkering of verkeersobjecten.
Terug naar bovenSolasFlex Retro Reflective Tape Type II
Een professioneel retroreflecterend materiaal voor maritieme toepassingen is SolasFlex Retro Reflective Tape Type II van T-ISS.
Deze tape is ontwikkeld voor de maritieme en offshoresector. T-ISS noemt als toepassingen onder andere reddingsvesten, reddingsvlotten en reddingsboten.
Volgens T-ISS heeft het materiaal een ingekapselde optische structuur waarmee een hoge reflecterende werking over verschillende invalshoeken wordt bereikt.
Voor toepassing op het water is vooral interessant dat de tape volgens de fabrikant zowel in droge als natte toestand goed zichtbaar blijft.
SolasFlex is een Type II retroreflecterend materiaal voor gebruik binnen en buiten en is bedoeld voor permanente blootstelling aan zware weersomstandigheden.
Het product voldoet volgens T-ISS aan IMO Resolution A.658(16). T-ISS vermeldt voor het product onder andere:
- DNV;
- Wheelmark;
- US Coast Guard (USCG);
- Korean Register.
Het materiaal is verkrijgbaar in een zelfklevende en een naaibare uitvoering.
Een veel aangeboden zelfklevende uitvoering heeft een breedte van 50 mm. T-ISS vermeldt daarnaast dat andere breedtes op aanvraag verkrijgbaar zijn.
Bekijk het product en de technische specificaties:
SolasFlex Retro Reflective Tape Type II – T-ISS
Daarbij is een onderscheid belangrijk. De IMO-, DNV-, Wheelmark- en andere goedkeuringen zijn eigenschappen en goedkeuringen van dit specifieke product. NEN-EN 1914 stelt de eisen aan de retroreflecterende markering van de bijboot.
NEN-EN 1914 schrijft daarmee niet voor dat uitsluitend dit merk moet worden gebruikt. Het voordeel van een product dat specifiek voor maritieme reddingsmiddelen is ontwikkeld, is dat duidelijk is voor welke omstandigheden het materiaal bedoeld is.
Terug naar bovenPraktische controle aan boord
Een periodieke controle van de bijboot hoeft niet ingewikkeld te zijn. Kijk niet alleen of de boot aanwezig is, maar beoordeel hem als compleet veiligheidsmiddel.
- Is de bijboot geschikt en gecertificeerd voor de toepassing aan boord?
- Zijn identificatie en gegevens van de boot aanwezig en leesbaar?
- Is de romp in goede staat?
- Is de voorgeschreven uitrusting compleet en bereikbaar?
- Zijn roeiriemen en overige losse onderdelen aanwezig?
- Klopt een eventueel toegepaste motor met de gegevens van de boot?
- Kan één persoon de boot binnen vijf minuten veilig te water laten?
- Zijn bevestigingen en de tewaterlaatinrichting in goede staat?
- Is aan beide zijden retroreflecterende markering aanwezig?
- Is het reflecterende materiaal schoon, onbeschadigd en goed bevestigd?
- Reflecteert het materiaal nog duidelijk wanneer het in het donker wordt aangestraald?
Vooral bij een nieuw geleverde bijboot is het verstandig de reflecterende markering expliciet mee te nemen in deze controle.
Nieuw en gecertificeerd betekent niet automatisch dat iedere voorziening voor de uiteindelijke toepassing aan boord al is aangebracht.
Terug naar bovenBronnen en verdere informatie
Voor de officiële voorschriften en verdere technische informatie kunnen de volgende bronnen worden geraadpleegd:
- CESNI – ES-TRIN
- NEN – NEN-EN 1914:2016
- T-ISS – maritieme veiligheidsproducten
- T-ISS – SolasFlex Retro Reflective Tape Type II
Bij twijfel over de toepassing op een specifiek schip of een specifieke bijboot zijn het geldende ES-TRIN, de toepasselijke norm en de beoordeling door de bevoegde keuringsinstantie bepalend.
Terug naar bovenSamenvatting
Voor de bijboot in de binnenvaart moeten ES-TRIN 2025/1 en EN 1914:2016 in samenhang worden bekeken.
ES-TRIN artikel 13.07 bepaalt voor welke categorieën vaartuigen een bijboot verplicht is en stelt onder andere de eis dat één persoon de boot binnen vijf minuten veilig te water moet kunnen laten.
Voor de technische uitvoering verwijst ES-TRIN naar de Europese norm EN 1914:2016. In Nederland wordt deze gepubliceerd als NEN-EN 1914:2016. Dit is geen afzonderlijke Nederlandse extra eis, maar de Nederlandse publicatie van de Europese norm waarnaar ES-TRIN verwijst.
De norm behandelt de complete boot: van afmetingen, vrijboord, stabiliteit en drijfvermogen tot toegestane belasting, motorisering, uitrusting, beproeving en markering.
Een onderdeel dat gemakkelijk wordt vergeten is de retroreflecterende markering. Aan beide zijden van de boot moet deze markering aanwezig zijn om de bijboot bij duisternis beter herkenbaar te maken wanneer deze wordt aangestraald.
Zeker omdat een gecertificeerde bijboot in de praktijk zonder deze reflecterende stroken geleverd kan worden, verdient dit bij ingebruikname extra aandacht.
Reflecterend materiaal aan de onderzijde kan bij een omgeslagen boot praktisch voordeel bieden. Voor ES-TRIN 2025/1 en EN 1914:2016 hebben wij echter geen afzonderlijke verplichting voor reflectie aan de onderzijde kunnen vaststellen. Daarom behandelen we dit als een mogelijke extra veiligheidsmaatregel en niet als een voorgeschreven eis.
Voor het aanbrengen of vervangen van de reflecterende markering is het verstandig materiaal te gebruiken dat geschikt is voor langdurige maritieme buitenblootstelling. De SolasFlex Retro Reflective Tape Type II van T-ISS is een voorbeeld van materiaal dat specifiek voor maritieme reddingsmiddelen is ontwikkeld.
Controleer daarom niet alleen het certificaat van de bijboot. Controleer ook of de boot zoals hij daadwerkelijk aan boord staat compleet, zichtbaar en direct inzetbaar is.
Binnenvaart Kennis – Samen Weten We Meer!
Terug naar boven



