ADN, Kennis, Nieuws

Samenladingsverboden ADN

In het ADN staan voorschriften omtrent het samen laden van goederen van verschillende klassen:

In het ADN staan voorschriften omtrent het samen laden van goederen van verschillende klassen

Definitie van compatibiliteitsgroepen van de stoffen en voorwerpen

A: Inleispringstof.

B: Voorwerp dat een inleispringstof bevat en niet voorzien is van ten minste twee doeltreffende veiligheidsvoorzieningen. Enkele voorwerpen (zoals de slagpijpjes, de slagpijpjes, samengesteld en de slaghoedjes) zijn hierbij inbegrepen, ofschoon ze geen inleispringstoffen bevatten.

C: Voortdrijvende lading of andere deflagrerende ontplofbare stof, of voorwerp dat een dergelijke lading of stof bevat.

D: Springstof, zwart buskruit, voorwerp dat een springstof bevat zonder inleimiddel en zonder voortdrijvende lading, of voorwerp dat een inleispringstof bevat en voorzien is van ten minste twee doeltreffende veiligheidsvoorzieningen.

E: Voorwerp dat een springstof bevat, zonder inleimiddel maar met voortdrijvende lading (niet bestaande uit een brandbare vloeistof of brandbare gel of hypergolische vloeistoffen).

F: Voorwerp dat een springstof bevat, met zijn eigen inleimiddel en ofwel met voortdrijvende lading (niet bestaande uit een brandbare vloeistof of brandbare gel of hypergolische vloeistoffen) ofwel zonder voortdrijvende lading.

G: Pyrotechnische stof, voorwerp dat een pyrotechnische stof bevat, of voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als een lichtverspreidend, brandstichtend, traanverwekkend of rook producerend mengsel bevat (met uitzondering van een door water te activeren voorwerp of een voorwerp dat witte fosfor, fosfiden, een pyrofore stof, een brandbare vloeistof, een brandbare gel of hypergolische vloeistoffen bevat).

H: Voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als witte fosfor bevat.

J: Voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als een brandbare vloeistof of brandbare gel bevat.

K: Voorwerp dat zowel een ontplofbare stof als een giftige scheikundige stof bevat.

L: Ontplofbare stof, of voorwerp dat een ontplofbare stof bevat, die een bijzonder gevaar oplevert (bijvoorbeeld vanwege zijn activering door water of vanwege de aanwezigheid van hypergolische vloeistoffen, fosfiden of een pyrofore stof) en die de afzondering van elk type vereist.

N: Voorwerp dat bevatten hoofdzakelijk uiterst gering gevoelige stoffen bevat.

S: Stof of voorwerp, zodanig verpakt of ontworpen dat alle gevaarlijke effecten ten gevolge van het onopzettelijk in werking treden beperkt blijven tot het inwendige van het collo, tenzij de verpakking aangetast is door brand ; in dit laatste geval moeten alle effecten van luchtdruk of scherfwerking dermate beperkt zijn dat ze de brandbestrijding en de andere noodmaatregelen in de onmiddellijke omgeving van het collo niet aanmerkelijk hinderen of beletten.

Stoffen en voorwerpen van de Klasse 1 mogen slechts dan in hetzelfde laadruim worden geplaatst indien dit uit de hierna volgende Tabel blijkt: **

** “X”:toont aan, dat de stoffen en voorwerpen van de betreffende compatibiliteitsgroepen conform het ADN in hetzelfde laadruim mogen worden geplaatst.

1) Colli met voorwerpen van de compatibiliteitsgroep “B” en colli met stoffen en voorwerpen van compatibiliteitsgroep “D” mogen slechts tezamen in één laadruim worden geplaatst, indien zij in gesloten containers, voertuigen of wagens zijn geladen.

2) Diverse soorten voorwerpen van de subklasse 1.6, compatibiliteitsgroep “N”, mogen slechts als voorwerpen van de subklasse 1.6, compatibiliteitsgroep “N” tezamen worden vervoerd, indien door beproevingen of naar analogie is aangetoond, dat geen bijkomend ontploffingsgevaar als gevolg van onderlinge beïnvloeding van de voorwerpen bestaat. Anders moeten zij als voorwerpen van de subklasse 1.1 worden behandeld.

3) Indien voorwerpen van de compatibiliteitsgroep “N” met stoffen of voorwerpen van de compatibiliteitsgroepen “C”, “D” of “E” tezamen worden geladen, moeten de voorwerpen van de compatibiliteitsgroep “N” zo worden behandeld alsof zij tot de compatibiliteitsgroep “D” behoren.

4) Colli met stoffen en voorwerpen van de compatibiliteitsgroep “L” mogen met colli met stoffen en voorwerpen van hetzelfde type van deze compatibiliteitsgroep tezamen in hetzelfde laadruim worden geplaatst.

Samenladingsverbod (los gestorte goederen)

Aan boord van schepen met losgestorte goederen van de Klasse 5.1 mogen zich geen andere goederen bevinden.

7.1.4.3

Samenladingsverbod ( Colli in laadruimen)

7.1.4.3.1: Goederen van verschillende Klassen moeten door een horizontale afstand van ten minste 3,00 m van elkaar zijn gescheiden. Ze mogen niet op elkaar worden geplaatst.

7.1.4.3.2: Onafhankelijk van hun hoeveelheid mogen gevaarlijke goederen, waarvoor in hoofdstuk 3.2, Tabel A, Kolom (12) het voeren van twee blauwe kegels of twee blauwe lichten is voorgeschreven, niet in hetzelfde laadruim met brandbare goederen, waarvoor in hoofdstuk 3.2, Tabel A, Kolom (12) het voeren van één blauwe kegel of één blauw licht is voorgeschreven, worden geplaatst.

7.1.4.3.3: Colli met stoffen en voorwerpen van de Klasse 1 en colli met goederen van de Klasse 4.1 en 5.2, waarvoor in hoofdstuk 3.2, Tabel A, Kolom (12) het voeren van drie blauwe kegels of drie blauwe lichten is voorgeschreven, moeten door een afstand van ten minste 12,00 m zijn gescheiden van goederen van alle andere Klassen.

7.1.4.4

Samenladingsverbod ( Containers, voertuigen, wagens)

7.1.4.4.1: Afdeling 7.1.4.3 is niet van toepassing op colli in containers, voertuigen of wagens, die volgens één der internationale reglementen is geladen.

7.1.4.4.2: Afdeling 7.1.4.3 is niet van toepassing op:

– containers met gesloten metalen wanden;

– voertuigen en wagens ;

– tankcontainers, transporttanks, gascontainers met meerdere elementen (MEGC), voertuigen met afneembare tanks,

– tankwagens of batterijwagens.

7.1.4.4.3: Voor de overige containers met uitzondering van die waarnaar in afdeling 7.1.4.4.1 en 7.1.4.4.2 hierboven wordt verwezen, kan de afstand als bedoeld in afdeling 7.1.4.3.1 tot 2.40 m (een containerbreedte) worden verminderd.

7.1.4.4.4: De elektrische installaties en apparaten die is aangebracht aan de buitenzijde van een gesloten container mag worden aangesloten met verplaatsbare elektrische kabels volgens de voorschriften van 9.1.0.53.5 of in werking worden gesteld op voorwaarde dat :

a) dergelijke elektrische installaties en apparaten ten minste geschikt zijn voor gebruik in zone 1 en voldoen aan de voorschriften voor temperatuurklasse T4 en explosiegroep II B ; of

b) dergelijke elektrische installaties en apparaten die niet voldoen aan de vereisten zoals gesteld in a), voldoende gescheiden zijn van andere containers die goederen bevatten van:

– Klasse 2 waarvoor het gevaarsetiket nr. 2.1 is vereist in hoofdstuk 3.2, Tabel A, kolom(5); – Klasse 3, verpakkingsgroep I of II ;

– Klasse 4.3 ;

– Klasse 6.1; verpakkingsgroep I of II, met een bijkomend gevaar van klasse 4.3 ;

– Klasse 8 verpakkingsgroep I, met een bijkomend gevaar van klasse 3 ; en

– Klasse 8, verpakkingsgroep I of II, met een bijkomende gevaar van klasse 4.3.

7.1.4.4

Samenladingsverbod (Containers, voertuigen, wagens)

Samenladingsverbod ( Containers, voertuigen, wagens)

Aan deze voorwaarde wordt voldaan indien er geen container met de hierboven genoemde goederen gestuwd is binnen een cylindervomige gebied met een diameter van 2.4 m rond de elektrische installaties en apparaten uitrusting en een onbegrensde verticale afstand.

De voorschriften van de onderafdelingen a) en b) zijn niet van toepassing wanneer containers met elektrische installaties of apparaten die niet voldoen aan de voorschriften voor het gebruik in explosiegevaarlijke zones, ten aanzien van containers die bovengenoemde stoffen bevatten, in afzonderlijke laadruimen gestuwd zijn.

Kort samengevat

  • Klasse 5.1 losgestort: GEEN andere goederen toegestaan.
  • Verschillende klassen: 3.00 m uit elkaar en niet op elkaar.
  • 2 blauwe kegel goederen niet bij 1 blauwe kegel in hetzelfde ruim
  • Klasse 1,4.1 en 5.2 met 3 blauwe kegels 12 m afstand van andere klassen
  • 7.1.4.3 is N.V.T als geladen is volgens internationale reglementen
  • 7.1.4.3 is N.V.T op:
    • Containers met gesloten wanden
    • Voertuigen en wagens
    • tankcontainers, transporttanks, gascontainers met meerdere elementen (MEGC), voertuigen met afneembare tanks,
    • tankwagens of batterijwagens
    • Voor de overige containers met uitzondering van die waar in 7.1.4.4.1 en 7.1.4.4.2 wordt verwezen, kan de afstand als bedoeld in afdeling 7.1.4.3.1 tot 2.40 m (een containerbreedte) worden verminderd.

Voor de afstanden en regels wat betreft electrische installaties en apparaten op containers verwijzen wij naar het bestand.

Vuistregels aflaaddiepte

Een handig advies lijstje bij het bepalen van de aflaaddiepte op de Rijn.

Reglementen

De reglementen mag u tegenwoordig ook digitaal aan boord hebben, wel zo dat u deze onmiddellijk kunt raadplegen. Op deze pagina kunt u de reglementen, bestanden of documenten downloaden en opslaan.

Toegestane afmetingen en diepgang vaarweggedeelten

De vaarwegen, en de daarop toegestane grootste lengte, breedte en diepgang van een schip of samenstel.

Duitse kanalen

Er zijn veel kanalen in Duitsland, Rhein Herne Kanal, Dortmund Ems Kanal, Wesel Datteln Kanal, Mittelandkanal, Elbe Seiten Kanaal etc etc

Schrijf je hier in voor onze